Algemene veelgestelde vragen

Algemeen

Het aangiftebiljet moet binnen 5 jaar na afloop van het kalenderjaar zijn ingediend.

De teruggaaf moet minimaal € 13,- bedragen.

Heb je geen inkomsten, dan kun je in dat jaar ook nergens je aftrekposten mee verrekenen. Toch kan het verstandig zijn een aangifte in te dienen. De aftrekposten die je dit jaar niet ten gelde kunt maken worden namelijk met aangiften van komende jaren verrekend. Het voordeel dat je dit jaar niet ontvangt, wordt op die manier naar de toekomst doorgeschoven. Dit werkt alleen als je een aangifte indient.

Daarnaast is er een speciale wet voor mensen die wel aftrekbare ziektekosten hebben, maar die onvoldoende inkomen hebben om belasting terug te krijgen. In je aan de voorwaarden voldoet verleent de belastingdienst je alsnog een teruggave voor je ziektekosten. Deze regeling stond bekend als de 'verzilveringsregeling'. Inmiddels is dit wettelijk geregeld. Ook hiervoor geldt dat je een aangifte moet indienen.

Onze proefberekening geeft zelf aan of het zinvol is om een aangifte in te dienen. Hierbij wordt al rekening gehouden met door te schuiven aftrekposten en de verzilveringsregeling.

De heffingskortingen waar studenten het meest mee te maken hebben zijn de ‘algemene heffingskorting’ en de ‘arbeidskorting’. Heffingskortingen komen in mindering op het bedrag aan te betalen belasting.

Algemene heffingskorting
Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. Het gaat hierbij om een vast bedrag (€ 2.033 voor 2012).

Arbeidskorting
Iedereen die inkomsten uit tegenwoordige arbeid geniet heeft recht op de arbeidskorting. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van je inkomen en bedraagt maximaal € 1.611 (in 2012).

Voorbeeld:  Een student verdient in 2012 € 9.000 bruto, waarover 35 procent belasting moet worden betaald. Deze student is dus € 9.000 x 35% = € 3.150 aan belasting verschuldigd. Op dit bedrag komt nog wel de algemene heffingskorting en de arbeidskorting op in mindering. Per saldo betaald deze student € 3.150 – € 2.033 - € 144 = € 973 belasting.

Een werkgever is wettelijk verplicht om aan het eind van het jaar een jaaropgave te verstrekken. Dit geldt ook indien je daar inmiddels niet meer werkt. Mocht je geen jaaropgave hebben ontvangen of deze kwijt zijn, dan kun je natuurlijk altijd een kopie opvragen.

Het is ook mogelijk om de gegevens van het laatste loonstrookje te gebruiken. Op elk loonstrookje staan namelijk ook cumulatieve vermeld. Dit betekent dat je op de loonstrook van december ook een samenvatting staat met je inkomsten over de maanden januari tot en december. Hier vind je het fiscaal loon, de ingehouden loonheffing en de betaalde premies ziekenfonds/ziektekostenverzekering.

In het belastingrecht geldt de spelregel dat de inspecteur de belastingverhogende posten moet bewijzen en de belastingplichtige de belastingverlagende (aftrekposten) moet bewijzen. Met betrekking tot de studiekosten en ziektekosten (aftrekposten) berust de bewijslast dus bij jou. Dit betekent dat je de aard en omvang van de uitgave aannemelijk moet kunnen maken. Bewaar dus altijd goed alle rekeningen. Mocht je deze niet meer hebben, dan kan je misschien nog op andere wijze aantonen (aannemelijk maken) dat je deze kosten hebt gemaakt. Denk hierbij aan bankafschriften.

Soms heeft iemand aftrekposten, maar te weinig inkomsten om alle belasting terug te krijgen. Voor deze mensen is een speciale regeling in het leven geroepen, de zogenaamde Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten (voorheen de verzilveringsregeling).

Het aangifteprogramma van de Belastingdienst berekent slechts de inkomstenbelasting en laat de teruggaaf van de TSZ-regeling niet zien. Na het indienen van de aangifte beoordeelt de Belastingdienst zelf of er recht is op deze teruggaaf.

Let op: deze aanvullende teruggaaf wordt pas uitbetaald nadat de aanslag inkomstenbelasting over het betreffende jaar definitief is. Zie in dat kader ook de website van de Belastingdienst

Begrip fiscaal partner en toeslagpartner

Het begrip toeslagpartner en fiscaal partner voor de inkomstenbelasting zijn niet hetzelfde. Voor de inkomstenbelasting ben je verplicht elkaars fiscaal partner indien je getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegegaan (= gelijk aan het huwelijk). Uiteraard mag er geen sprake zijn van 'duurzaam gescheiden leven'.

Naast het verplichte partnerschap voor de inkomstenbelasting, zijn er een aantal situaties waarin je mag kiezen om als fiscaal partner te worden behandeld. De voorwaarden hiervoor zijn: - julie voeren in 1 kalenderjaar meer dan 6 maanden onafgebroken een gezamenlijke huishouding. - julie staan beiden gedurende die periode bij de gemeente ingeschreven op hetzelfde adres. - beiden zijn 18 jaar of ouder. (voor een ouder kind relatie geldt dat beiden 27 jaar of ouder moeten zijn).

Het begrip toeslagpartner en fiscaal partner voor de inkomstenbelasting zijn niet hetzelfde; het begrip toeslagpartner is namelijk veel ruimer. Heb je bij de aangifte inkomstenbelasting gekozen het fiscaal partnerschap voor de inkomstenbelasting, dan is die persoon ook (verplicht) je toeslagpartner.

Daarnaast kunnen andere personen waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd als toeslagpartner worden aangemerkt. Voor deze overige situaties heeft de Belastingdienst een tool ontwikkeld. Aan de hand hiervan kan eenvoudig wijze worden bepaald wie als toeslagpartner wordt aangemerkt.

Zie echter ook ‘Wanneer is sprake van een gezamenlijke huishouding?’ over hoe dit uitpakt voor een studentenhuis.

Bij de regeling van de toeslagpartner en de fiscaal partner voor de inkomstenbelasting kan het begrip gezamenlijke huishouding aan de orde komen. Maar wanneer spreek je nou van een gezamenlijke huishouding? Dat dit begrip veel onduidelijkheid oproept, blijkt uit het artikel in de NRC over de toeslagpartner in studentenhuizen.
De conclusie van dit artikel is dat:

‘Volgens de Belastingdienst voeren studenten een gezamenlijk huishouden wanneer ze samen de huisvestingskosten dragen en de kosten van levensonderhoud. Anders gezegd, als ze de huur en het eten op individuele basis betalen zijn ze waarschijnlijk niet elkaars toeslagpartner. Wordt het eten uit een gezamenlijke pot betaald, dan wel.’

Daarnaast staat hierover op de website van Postbus 51 over het begrip toeslagpartner:

‘Er is pas sprake van gezamenlijke huishouding als u voor elkaar zorgt, en dat ook zo bedoeld heeft. U moet dan denken aan een verdeling van alle taken in het huishouden. Met adere woorden: alle partners voeren bewust één gezamenlijk huishouden met elkaar. In de meeste studentenhuizen is dit niet het geval. Soms dragen studenten wel de kosten van huisvesting en huishouding samen, maar dat doen ze doorgaans niet met de bewuste bedoeling om voor elkaar te zorgen. In een studentenhuis zijn de bewoners normaal gesproken dus géén toeslagpartner van elkaar. Ondanks dat ze waarschijnlijk in het betreffende vakje ‘gezamenlijke huishouding’ belanden, bij het doorlopen van het partnerschema.’

Indien je kiest voor fiscaal partnerschap raden wij je aan beide aangiften in hetzelfde programma te maken. Het aangifteprogramma kan dan gelijk alle inkomensafhankelijke drempels berekenen. Doe je dit niet – en dus beide zelf een aangifte indienen - dan zie je pas bij de aanslag wat jullie echt gezamenlijk terugkrijgen.

Inkomsten uit Freelance werkzaamheden

Freelance werkzaamheden zijn werkzaamheden die je verricht zonder dat er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Hierbij kun je denken aan:
- inkomsten uit type- en vertaalwerk
- het geven van (bij)lessen
- het geven van huiswerkcursus
- het examineren
- optreden als gecommitteerde of scheidsrechter

Daarnaast kan gedacht worden aan de beloning van journalisten, acteurs, schrijvers en anderen die meewerken aan tijdschriften, seminars, lezingen e.d., maar ook ontvangen vacatiegeld door bestuursleden van een vereniging of stichting en leden van commissies, tuchtcolleges of stembureaus.

Ook als je inkomsten uit freelance werkzaamheden geniet kun je van de proefberekening gebruik maken. In de proefberekening wordt echter niet apart naar deze inkomsten gevraagd. Omdat zowel de ‘inkomsten uit dienstbetrekking’, als de ‘freelance inkomsten’ tegen hetzelfde tarief belast worden, is dit eenvoudig op te lossen.

Bij stap 1 ‘inkomsten uit dienstbetrekking’ vul je ook je freelance inkomsten in. Na het doorlopen van stap 2 (studiekosten) en stap 3 (ziektekosten) kom je in het eindscherm van de proefberekening. Waarschijnlijk komt daar uit: Helaas…het is weinig zinvol een aangifte in te dienen. Dit komt omdat de proefberekening een teruggaaf als uitgangspunt neemt.

Toch is er de mogelijkheid om de persoonlijke handleiding te downloaden. In de persoonlijke handleiding zie je hoe de aangifte moet worden ingevuld en op welke aftrekposten je recht hebt. Het invullen van de aftrekposten blijft ongewijzigd. Voor de verwerking van je freelance werkzaamheden hebben we een extra uitleg gemaakt.