Wanneer is er sprake van een zogenaamde ‘dure’ studie?

In principe worden scholingsuitgaven voor een studie of opleiding waarvoor recht bestaat op studiefinanciering slechts in aanmerking genomen volgens vaste normbedragen. Indien de werkelijke scholingsuitgaven meer bedragen dan het tweevoud van deze normbedragen is sprake van een ‘dure studie’. De werkelijke scholingskosten verminderd met de normbedragen en de ontvangen studiefinanciering kan in de aangifte worden meegenomen.

Kan de aanschaf van duurzame goederen tot de scholingsuitgaven worden gerekend?

Gedurende de jaren dat je recht hebt op studiefinanciering worden de aftrekbare studiekosten aan de hand van vaste normbedragen bepaald. Slechts als je een zogenaamde ‘dure’ studie volgt mogen de werkelijke kosten in aftrek worden genomen.

Indien duurzame goederen worden aangeschaft in het kader van een opleiding of studie kan de afschrijving van die duurzame goederen als scholingsuitgave in aanmerking worden genomen. Daarnaast kunnen eventueel ook de verzekeringskosten in aanmerking kunnen worden genomen.

Wat zijn nu precies scholingsuitgaven?

Gedurende de jaren dat je recht hebt op studiefinanciering worden de aftrekbare studiekosten aan de hand van vaste normbedragen bepaald. Slechts als je een zogenaamde ‘dure’ studie volgt mogen de werkelijke kosten in aftrek worden genomen.

Mag je de werkelijke studiekosten in aftrek brengen, dan valt hierbij te denken aan de lesgelden, studieboeken, aanschafkosten van duurzame goederen (PC of muziekinstrument), kopieerkosten (bijvoorbeeld voor je scriptie), lidmaatschapsgeld studievereniging.

Tot de scholingsuitgaven behoren niet de kosten van levensonderhoud (huisvesting, kleding, eten, drinken, etc), de werk- of studeerkamer (inclusief inrichting) en de reis- en verblijfkosten.

Kan ik studiekosten aftrekken als mijn ouders mijn studie betalen?

Betalen je ouders je studie, dan drukken de kosten dus niet op jou maar op je ouders. Wil je de studiekosten dus zelf in aftrek kunnen brengen, dan moet je met je ouders afspreken dat je de opleiding uiteindelijk zelf zal bekostigen. Het hiervoor benodigde geld leen je dan van je ouders.

Via een eenvoudige truc zijn de studiekosten bij jou aftrekbaar, terwijl je ouders ze feitelijk betalen. Dat werkt als volgt…

Ouders mogen jaarlijks een bedrag belastingvrij aan hun kinderen schenken (€ 5.030 in 2012). Met dit geld kan je dan vervolgens de lening aan je ouders terugbetalen.

Let op: de opzet werkt niet als je ouder aan het einde van het jaar je schuld kwijtschelden. In dat geval hebben de studiekosten namelijk nooit op je gedrukt. Het is daarom beter om je ouders een bedrag aan je te laten overmaken met de omschrijving ‘schenking jaar 201x’. Vervolgens los je na 1 a 2 maanden de lening bij je ouders af door het bedrag terug te storten onder de vermelding “aflossing studieschuld”.

Let op: er is sprake van op de belastingplichtige drukkende scholingsuitgaven op het moment dat de uitgaven voor scholing worden gedaan en niet op het moment dat de lening wordt afgelost.

Welke drempel geldt voor de studiekosten?

Als je recht hebt op studiefinanciering, dan worden je studiekosten berekend aan de hand van vaste normbedragen (vast bedrag per maand). Op deze genormeerde studiekosten komt de ontvangen studiefinanciering in mindering. Daarnaast geldt voor iedereen een drempel van € 500,- per jaar (met ingang van 2012 is deze verlaagd naar € 250). Voor de drempel van € 500 (€ 250 vanaf 2012) geldt geen tijdsevenredige vermindering en wordt dus niet verminderd als je bijvoorbeeld maar een half jaar hebt gestudeerd.

Wat wordt bedoeld met ‘de kosten moeten op je drukken’?

Scholingsuitgaven komen slechts in aanmerking indien zij op de belastingplichtige drukken. Voor zover een tegemoetkoming wordt ontvangen, draag je de kosten dus niet zelf. Hierbij kan gedacht worden aan een bijdrage van de Staat, je werkgever of je ouders.

Wanneer is fiscaal sprake van scholingsuitgaven?

Om fiscaal van scholingsuitgaven te kunnen spreken moet een studie of opleiding zijn gevolgd voor een beroep waar je straks je geld mee gaat verdienen. In belastingtermen… de studie moet zijn gevolgd met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning (box 1). Dit betekent dat het doel van de opleiding of studie moet liggen in het verbeteren van de financieel-economische, danwel het op peil houden of verbeteren van kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het verwerven of behouden van inkomen uit tegenwoordige arbeid.

Uitgaven voor een opleiding of studie die wordt gevolgd als hobby of uit persoonlijke interesse, kunnen dus niet als scholingsuitgaven in aanmerking komen, evenmin als uitgaven die in een te ver verwijderd verband staan met het verwerven van inkomen uit werk en woning.

Op wie rust eigenlijk de bewijslast?

In het belastingrecht geldt de spelregel dat de inspecteur de belastingverhogende posten moet bewijzen en de belastingplichtige de belastingverlagende (aftrekposten) moet bewijzen. Met betrekking tot de studiekosten en ziektekosten (aftrekposten) berust de bewijslast dus bij jou. Dit betekent dat je de aard en omvang van de uitgave aannemelijk moet kunnen maken. Bewaar dus altijd goed alle rekeningen. Mocht je deze niet meer hebben, dan kan je misschien nog op andere wijze aantonen (aannemelijk maken) dat je deze kosten hebt gemaakt. Denk hierbij aan bankafschriften.